nieuws

Duurzaam overtollige liquide middelen

nieuws >>

Een IB-ondernemer zal met het oog op de bedrijfsvoering binnen de onderneming liquide middelen willen aanhouden. Om ze te beschouwen als ondernemingsvermogen dienen ze binnen de onderneming een functie te vervullen. Zijn de liquide middelen duurzaam overtollig, dan worden ze tot het privévermogen gerekend.

 

Het begrip overtollige liquide middelen is met name ontwikkeld in de jurisprudentie met betrekking tot de inkomstenbelasting en wordt bepaald door de vermogensetiketteringsregels. (tijdelijke) overtollige liquide middelen behoren tot het ondernemingsvermogen, duurzaam overtollige liquide middelen behoren tot het privévermogen. Anders dan bij een rechtspersoon verdwijnen de overtollige liquide middelen uit de ondernemingssfeer, indien er sprake is van duurzaam overtollig. Bij een rechtspersoon blijven de duurzaam overtollige liquide middelen tot de onderneming behoren en komt de discussie over de overtolligheid bijvoorbeeld pas naar voren bij toepassing van de BOR.

 

De liquide middelen in een onderneming hebben invloed op het ondernemingsvermogen en daardoor invloed op de ruimte om te kunnen doteren aan de FOR. Daarnaast worden liquide middelen die tot het ondernemingsvermogen worden gerekend niet in aanmerking genomen bij de rendementsgrondslag in box 3.

 

Het staat een ondernemer vrij om overtollige liquide middelen binnen de grenzen van de redelijkheid toe te rekenen aan de onderneming. Bij overschrijding van deze grenzen is er sprake van duurzaam overtollige liquide middelen. Zolang de gelden een functie hebben in de onderneming kan er geen sprake zijn van duurzaam overtollige liquide middelen. Gelden aanhouden voor toekomstige investeringen, expansie van de onderneming, toekomstige bedrijfsovernames kunnen allemaal redenen zijn waarom er geen sprake is van duurzaam overtollig. Het aanhouden van gelden in de onderneming ten behoeve van de FOR wordt echter wel gezien als duurzaam overtollig.

 

Uit rechtspraak is gebleken dat er per onderneming moet worden beoordeeld of en in welke mate liquide middelen overtollig zijn. Zo wordt er rekening gehouden met reeele risico's en de opbouw en instandhouding van reserves ter versteviging van de onderneming.

 

 

Terug